Als woorden konden doden

12 dec

Het is een mooie zonovergoten maandagmiddag. Samen met twee journalisten ga ik met oud-minister Brinkhorst in gesprek over 'de mest'. Mijn gesprekspartner heeft een bar slechte naam in de boerenwereld. Een beetje aan zich zelf te wijten heeft hij dat zeker. Als je in Kootwijkerbroek tijdens de MKZ-crisis, die boeren en burgers op de streng christelijke Veluwe tot in het diepste raakt, gaat zeggen dat de 'mensen daar pas gaan geloven dat er MKZ is wanneer God het zelf komt vertellen' dan vraag je om felle reacties, hoewel geweld en doodverwensingen zelfs dan natuurlijk absurd zijn. Maar op deze maandagmiddag is Brinkhorst in het echt gewoon een ontzettend leuke, relativerende en humoristische gesprekspartner.


Maar woorden, ja woorden kunnen zoveel zeggen. En dan ineens komt 'het gesleep met dieren' op tafel. Ik luister en luister nog eens. 'Gesleep met dieren', dat wil toch niemand. Daar is geen verdere toelichting bij nodig. Maar waar gaat het dan om, vraag ik quasi 'dom'.
'Ja om de paar miljoen varkens die in het buitenland worden geslacht'. ‘Haha’, zeg ik, ‘maar weet je dat het meestal om varkens gaat uit Noord- en Oost Nederland en uit de grensstreek met Duitsland? En dat die varkens bijna altijd korter onderweg zijn dan wanneer ze naar een Nederlandse slachterij zouden gaan?´
De oud-minister -absoluut ontvankelijk voor argumenten en feiten - erkent dat 'gesleep met dieren' inderdaad dan niet aan de orde is.

De journalist schakelt snel naar de biggetjes. Waarom zou je miljoenen biggen vanuit Nederland naar Duitsland en Polen brengen? Waarom zou je dat moeten willen? De vraag zo stellen is hem bijna beantwoorden. Als ik uitleg dat Denemarken met zeven miljoen biggen per jaar en Nederland met vier miljoen per jaar de Duitse en Poolse varkenshouderijen voorziet van de beste biggen die er in Europa zijn, kijkt men mij nog steeds vreemd aan.

En dat die biggen mooi op strooisel en vaak in vrachtwagens met airco worden vervoerd, doet de twijfel toch een beetje ontstaan. ‘En’, vraag ik: ‘als wij nu in Nederland toevallig uitzonderlijk goede varkenshouders hebben waar uitzonderlijk goede biggen geboren worden die met groot vakmanschap worden opgetrokken, wat is er dan mis mee om de buitenlandse vraag daarmee te voorzien?’ Het wordt stil aan de overkant.

…. Nee, nog niet. 'Al die koeien helemaal naar Rusland. Nergens goed voor toch'? Natuurlijk, ik kom met de cattle-cruiser en met de zeer gewaardeerde kwaliteit van het Nederlandse vee......

Gaandeweg het gesprek denk ik: één woord zoals 'gesleep' en je kunt een zeer professionele bedrijfstak in diskrediet brengen. Eén vraag zoals 'waarom toch die biggetjes helemaal naar Duitsland ...' en hetzelfde gebeurt.
Als woorden konden doden was een deel van de handel, transport en export van levend vee inmiddels al uitgestorven. En die woorden zullen blijven komen. En soms zit je zoals die maandagmiddag om tafel en heb je de tijd om het 'uit te leggen'. Maar in het publieke debat is die tijd er vaak niet en zullen we onze eigen woorden moeten hebben om de noodzaak en het vakmanschap van ons werk duidelijk te maken. Dat wordt met de dag belangrijker. De juiste woorden, transparant zijn over wat we doen en geen 'gerommel', want dat laatste raakt ons allen.

Ik heb de vaste overtuiging dat we steeds beter uit onze woorden komen. Dat we ons als Vee&Logistiek Nederland niet alleen beter verweren tegen onterechte aantijgingen, maar dat ook ons eigen verhaal steeds beter naar voren komt. Daar hebben al onze ondernemers baat bij.

Ik zeg het steeds weer: Wij zijn met 30 miljoen verplaatste dieren per jaar het Schiphol voor het levend vee en we maken minder fouten dan de grootste Nederlandse luchthaven.

Terug naar de columns

Laat een bericht achter