Columns voorzitter
Een handtekening met potlood
Er was een tijd dat ondernemers dachten dat de grootste risico’s inflatie, hoge rentes of een economische crisis waren. Tegenwoordig is dat naïef. De grootste risicofactor blijkt gewoon de overheid te zijn.
Neem een ondernemer. Hij vraagt een vergunning aan. De overheid beoordeelt stapels rapporten, laat ambtenaren rekenen, juristen toetsen en adviseurs adviseren. Uiteindelijk volgt het verlossende woord: vergunning verleend. De bank financiert de investering, de ondernemer leent geld, betaalt belasting en houdt zich keurig aan alle regels.
Iedereen tevreden zou je denken. Tenminste… tot er verkiezingen zijn geweest. Dan verschijnt dezelfde overheid weer op de stoep.
“Goedemiddag. We hebben nieuw beleid. We trekken uw vergunning weer in.”
“Maar die was toch onherroepelijk?”
“Klopt. Toen wel.”
Zelfs een cabaretier zou dit script teruggeven omdat het te ongeloofwaardig is.
Toch gebeurt het. Niet in een verre bananenrepubliek waar de president toevallig ook eigenaar is van de fruitplantage, maar gewoon in Nederland. Het land dat zichzelf graag presenteert als gidsland van de rechtsstaat.
Kennelijk betekent “onherroepelijk” tegenwoordig: geldig totdat een ambtenaar op een ministerie of in het provinciehuis een nieuw beleidsmemo met bijbehorende excel sheet rondstuurt.
Partijen die jarenlang de mond vol hadden van de rechtsstaat, betrouwbaar bestuur en bescherming van eigendom zijn opvallend stil. Neem D66, dat zich graag presenteert als de hoeder van de rechtsstaat. Of de VVD die zegt pal te staan voor ondernemers en een betrouwbare overheid. Juist nu onherroepelijke vergunningen ter discussie staan, blijft het oorverdovend stil. Waar zijn de vurige speeches? Waar zijn de Kamerleden die normaal met veel bombarie achter iedere aantasting van de rechtsstaat aangaan?
Blijkbaar geldt rechtszekerheid alleen als het onderwerp politiek voldoende hip is. Laat dat voor die partijen nou net niet gelden voor de landbouw.
Wie zich daartegen verzet, krijgt ondertussen een keurig etiket opgeplakt. Rechts-populist. Soms zelfs rechts-extremist. Ook de publieke omroep strooit daar gretig mee zodra boeren protesteren.
Dat is opmerkelijk. Want wat vragen boeren eigenlijk?
Geen gouden bergen.
Geen blanco cheques.
Geen uitzonderingspositie.
Ze vragen slechts dat de overheid zich houdt aan haar eigen handtekening. Dat een vergunning waarvoor jarenlang is geïnvesteerd niet achteraf verandert in een staatslot zonder prijs.
Maar kennelijk is het tegenwoordig al een radicale gedachte dat de overheid zich aan haar eigen afspraken houdt. En wie denkt dat dit alleen boeren raakt, vergist zich. Als de eerste dominosteen valt, blijft het nooit bij die ene.
Vandaag zijn het boeren.
Morgen de transportsector.
Daarna de bouw.
Vervolgens de industrie.
En uiteindelijk iedere ondernemer die ooit heeft vertrouwd op een vergunning van de overheid.
Want als vergunningen achteraf kunnen worden ingetrokken omdat de politieke wind draait, waarom zou je dan nog investeren? Welke bank verstrekt nog met vertrouwen een lening als de overheid de spelregels halverwege de wedstrijd verandert?
Rechtszekerheid is geen luxe. Het is de fundering onder onze economie. Zonder die zekerheid verandert ondernemen in gokken. Niet op de markt, maar op de grillen van de politiek.
En misschien is dát wel de grootste schade van alles.
Tuurlijk, vijf boeren hun vergunning verliezen. Maar miljoenen Nederlanders die zien dat een handtekening van de overheid blijkbaar een houdbaarheidsdatum heeft.
Vertrouwen komt te voet en vertrekt te paard, luidt het gezegde. In bestuurlijk Nederland hebben ze daar een moderne variant op bedacht. Vertrouwen vertrekt tegenwoordig met een aangetekende brief waarin staat dat uw vergunning, ondanks alle eerdere beloften, toch wordt ingetrokken.
En dan vraagt de politiek zich af waarom het vertrouwen in de overheid zo laag is. Dat is misschien wel de enige vraag waarop iedereen het antwoord al kent.
Vertrouwen? Tot nader order ingetrokken.