Nieuws
Diergezondheid, een stok om mee te slaan?
Diergezondheid is belangrijk. Daar hoeven we geen discussie over te voeren toch? Of je nu links bent of rechts, pro of tegen. Veehouders, dierenartsen, veehandelaren en uiteraard de dieren zelf zijn allemaal gebaat bij een goede diergezondheid.
Goede diergezondheid is een breed begrip. Ik heb niet genoeg woorden voor deze column om het volledig uit te werken, maar het voorkomen van uitbraken van besmettelijke dierziekten hoort daar in ieder geval bij.
Daarmee kom ik op de AMvB IBR. De staatssecretaris liet onlangs in een Kamerbrief weten dat deze opnieuw wordt uitgesteld. De maatregel treedt nu op 1 januari 2027 in werking.
De kern van de AMvB is dat rundveehouders hun dieren twee keer per jaar tegen IBR moeten vaccineren. Uitzonderingen zijn mogelijk wanneer onderzoek aantoont dat er geen actieve besmetting op het bedrijf aanwezig is. Bloedjes tappen dus. Geven je koeien melk, dan is tankmelkonderzoek ook een optie.
Dat deze maatregel voor sommige partijen uitdagingen met zich meebrengt, geloof ik direct. Niet iedere melkveehouder zal enthousiast zijn over een vaccinatieplicht. En hoe vang je telkens weer alle natuurgrazers voor bloedonderzoek?
Maar ik kijk toch ook even naar de stip die op de horizon wordt gezet. Lidstaten kunnen hun IBR-bestrijdingsprogramma laten goedkeuren door de Europese Commissie en daarmee toewerken naar een officiële EU-vrije status. Landen als Denemarken en Duitsland hebben deze status al. Nederland wil niet achterblijven. Bovendien is er een motie aangenomen om zo snel mogelijk deze EU-vrije status te verkrijgen. De AMvB is dus een route, niet een eindstation.
Zo’n EU-vrije status heeft echter wel gevolgen. Er komen aanvullende handelsvoorwaarden voor levende runderen die Nederland binnenkomen. Logisch, want als je een ziekte hebt uitgebannen, wil je voorkomen dat die opnieuw wordt geïntroduceerd. En daar wringt de schoen, met name voor de kalver- en vleesveesector. Want landen als Luxemburg, België en Frankrijk hebben niet die EU-vrije status.
En wat gebeurt er als je eenmaal die EU-vrije status hebt en er vervolgens toch een uitbraak plaatsvindt? Daarover zo meer.
Eerst die aanvullende handelsvoorwaarden. Want wat als die een handige stok blijken om mee te slaan voor iedereen die af wil van het “eeuwige gesleep met dieren”? Die kalveren die “overal vandaan worden gehaald” en dan vooral die uit Ierland. Tijdens het laatste debat over dieren in de veehouderij klonk zelfs de oproep: “Voer die vrije status voor IBR zo snel mogelijk in, dan blokkeer je de kalverstroom uit Ierland.”
Ik zou nog even terugkomen op die EU-vrije status in combinatie met een uitbraak van IBR. In maart konden we in de Nieuwe Oogst lezen wat er gebeurde na een IBR-uitbraak op een melkveebedrijf in het Duitse Kleef: 1.100 runderen werden geruimd. De uitleg hiervoor was dat “de officiële status van IBR-vrij essentieel is voor de internationale handel in rundvee”. IBR werd ook al liefkozend een “handelsziekte” genoemd. (En in reactie op het bericht in Nieuwe Oogst: worden er straks dieren in Nederland geruimd, weet dan dat die status niet ten behoeve van de handel was ingevoerd).
Dus gaan we straks runderen ruimen om een status te behouden die mede wordt ingezet om de import van runderen en kalveren verder te beperken?
Even terug naar het begin. Goede diergezondheid is belangrijk, dat vindt iedereen. Maar zoals bij een goed glas wijn draait het uiteindelijk om balans. Ook in diergezondheid moeten middelen en doelen met elkaar in evenwicht blijven.
Karina Beuving
Dierenarts Vee&Logistiek Nederland