Het nieuwe kabinet is nog maar net begonnen of de eerste plannen sneuvelen alweer. Verklaarbaar, want met een minderheidskabinet moet voor elk voorstel een meerderheid worden gezocht. Maar laten we eerlijk zijn: de gemeenteraadsverkiezingen speelden ook een rol. In Den Haag heet dat ‘zorgvuldig heroverwegen’. Buiten Den Haag noemen we het gewoon wachten tot na de verkiezingen.
Zo gingen plannen als de aanwasbelasting in box 3 en een hogere AOW-leeftijd terug naar de tekentafel. De ene dag nog briljant, de andere dag – in het belang van de kiezer die nog moet stemmen – ineens een slecht idee. In Den Haag betekent ‘terug naar de tekentafel’ vaak dat er een punt en een komma worden verplaatst. Daarna kan iedereen opgelucht naar buiten lopen: plan aangepast, kritiek verwerkt, probleem opgelost. Bij dit soort voorstellen gaat het zelden over de vraag of het voorstel een goed idee is. Het gaat vooral over hoeveel geld het oplevert voor de schatkist. Als een plan minder oplevert, moet het geld ergens anders vandaan komen. Kortom, linksom of rechtsom zijn wij als belastingbetaler de klos.
Ondertussen rijzen de grondstofprijzen de pan uit. Wereldwijde spanningen spelen daar natuurlijk een rol in. Voor ondernemers die afhankelijk zijn van deze grondstoffen valt daar nauwelijks op te sturen. Hetzelfde geldt voor brandstofprijzen. Handelaren, transporteurs en iedereen die simpelweg van A naar B moet om zijn werk te doen, zien de kosten steeds verder oplopen. Aan verschillende ‘toktafels’, waar oud-politici worden ingevlogen om het nieuws te duiden, horen we vervolgens dat de overheid hier weinig aan kan doen. Dat dit nu eenmaal de realiteit is van een onrustige wereld en dat we eraan moeten wennen.
Dat is te makkelijk. De overheid kan wél iets doen: eens in eigen vlees snijden. Want het patroon is voorspelbaar: telkens ligt het mes op tafel dat richting de belastingbetaler wijst. Een paar procent erbij hier, een nieuwe heffing daar. Terwijl het anders kan.
Een goed voorbeeld is het NVWA-laboratorium. Jaren geleden werd besloten dat voortaan één lab de onderzoeken zou doen. Vanuit de politiek klonk toen al een waarschuwing: zonder concurrentie wordt het duurder en trager. Maar zoals zo vaak werd die waarschuwing genegeerd. Er is al die jaren een flinke duit belastinggeld nodig geweest om de hoge kosten van het ‘staatslab’ te dempen. En nu er voor een aantal onderzoeken meerdere labs zijn toegelaten, blijkt het ‘staatslab’ twee keer zo duur als commerciële laboratoria. Er ontstaat nu concurrentie, de kosten dalen en de snelheid van onderzoek stijgt. Geen verrassing, wel een harde bevestiging. Dit laat zien wat er gebeurt wanneer de overheid zichzelf tot monopolist maakt: systemen worden duurder, trager en bureaucratischer. Zonder concurrentie verdwijnt de prikkel om efficiënt te werken.
Dat zien we op meerdere vlakken. Het ambtenarenapparaat groeit al jaren door. In 2024 gaf de overheid ook nog eens 3,7 miljard euro uit aan externe consultants, interimmanagers en IT’ers. De overheid vraagt ondernemers indirect (vanwege de hoge kosten) efficiënter te werken, maar het eigen apparaat wordt steeds logger en duurder.
Het zou goed zijn als de politiek haar oor eens te luister legt bij ondernemers. Dan zijn er genoeg voorbeelden te vinden waar het spreekwoordelijke ‘mes’ in kan. Zo hoeft het bedrijfsleven – en de mensen in het land – niet automatisch de pinautomaat van de overheid te zijn.